Pijn in het hoefkatrol gebied

 

Pijn in het hoefkatrolgebied

Hoefkatrolontsteking is van oudsher een verzamelnaam voor pijn in het achterste hoefdeel. Vroeger werd de diagnose gesteld op basis van verdoven van de ondervoet en röntgenfoto’s. Het gebied waar de hoefkatrol ( straalbeen en pees die daar overheen loopt) zich bevond werd verdoofd.  Liep het paard hierna rad en vertoonde het straalbeen op de röntgenfoto afwijkingen dan was de diagnose Hoefkatrolontsteking gesteld.  Als gevolg van goed fokkerijbeleid ziet men tegenwoordig steeds minder afwijkingen in het straalbeen.  Door verbeterde beeldvormende technieken en gedifferentieerde anesthesie krijgen we wel meer gedetailleerde informatie over andere structuren in dat gebied.

Symptomen

Het paard kan acuut ernstig kreupel zijn na een rit of een sprong maar veel vaker gaat het geleidelijk. In het begin valt het nauwelijks op maar worden de gangen van het paard wat korter en kan het struikelen.  Later wordt het paard met tussenpozen kreupel, met name na zwaardere arbeid en op harde ondergrond.

Het is een aandoening die vaak aan beide voorbenen voorkomt  maar kan ook zeker aan 1 voorbeen voorkomen. Als wij paarden met dergelijke aandoening over het harde een volte laten lopen manifesteert de kreupelheid zich veel duidelijker.  Dergelijke problemen zien wij zelden of niet bij de achterbenen.

Men gaat er vanuit dat dit komt doordat de voorbenen ongeveer 2/3 van het totale gewicht van het paard moet dragen.

Oorzaak

Het feit dat door het fokkerijbeleid de klassieke hoefkatrol problemen beduidend afnemen geeft aan dat erfelijke aanleg een factor is. Grote mechanische krachten op dit gebied zijn van grote invloed op het ontstaan van beschadiging van banden en pezen.

Bv hoeven met lange toon en ondergeschoven verzenen kunnen voor overbelasting van het hoefkatrolgebied zorgen.

Sportpaarden ondergaan veel meer belasting op alle structuren en met name in de ondervoet. Dit vraagt extra aandacht en kennis van hoefsmid en eigenaar.  Een afwijkende stand, bij beslagen paarden een niet goed passend ijzer en onvoldoende regelmatige hoefverzorging zijn factoren die het risico kunnen vergroten.

Gevolgen

Een paard met ernstige klassieke hoefkatrol is doorgaans niet meer bruikbaar als sportpaard en soms ook niet als recreatie paard. In minder ernstige gevallen kan het paard met aangepast bekappen/ beslag, aangepast werk en soms injecties van de dierenarts blijven functioneren.  Een periode van rust is in alle gevallen noodzakelijk.

Behandeling

De exacte diagnose zal de behandeling moeten bepalen. Pijn in het straalbeenligamenten, diepe buigpees of het hoefgewricht geven symptomen die erg op elkaar lijken maar de aanpak van hoefsmid en dierenarts zal per aandoening verschillen.  De therapie zal in ieder geval erop gericht moeten zijn dat de aangedane structuur zo weinig mogelijk belast wordt.

Pijnstillers en Ontstekingsremmers kunnen een goede ondersteuning zijn in de eerste periode. Gecontroleerde beweging is beter dan weidegang en men moet zich realiseren dat longeren een grote belasting op de ondervoet is. Het paard heeft er belang bij dat dierenarts,  hoefsmid en eigenaar/ ruiter overleggen over het behandel en revalidatie plan.

Prognose

Het is inmiddels duidelijk dat er een scala aan aandoeningen zijn in het achterste hoefdeel. Welke structuur is aangedaan en in welke mate zal bepalend zijn voor de kans op volledig herstel. Banden en pezen kunnen voor een groot deel functioneel herstellen maar blijven kwetsbaarder dan voor de beschadiging.  Herstel zal zeker enige maanden in beslag nemen. Afwijkingen aan benige delen zijn in principe blijvend en in dat geval zal men zover het mogelijk is de symptomen moeten bestrijden en verdere schade voorkomen.